- J. Kramer - Burgemeester
- M. vd Meij-Baron - S!N
- G.J. Schoorstra - CDA Noardeast-Fryslân
- F. Breeuwsma - FNP Noardeast-Fryslân
- K. de Jager - ChristenUnie Noardeast-Fryslân
- J. van Midlum - Gemeentebelangen Noardeast-Fryslân
- J.H. Lammering - PvdA
Gemeente Noardeast-Fryslân Debatteert over Veiligheidsregio: "Veiligheid Moet Voorop Staan"
In een recent debat heeft de gemeenteraad van Noardeast-Fryslân het raadsvoorstel besproken over de Kaderbrief Veiligheidsregio 2026-2029. De gemeente wordt gevraagd een zienswijze in te dienen, waarbij de financiële beslissingen moeten aansluiten bij maatschappelijke opgaven en een robuuste crisisorganisatie moeten waarborgen. De raad heeft tot 31 januari 2025 om te reageren.
Politiekverslaggever Rijk de Bat
Tijdens het debat werd duidelijk dat de gemeenteraad overwegend positief staat tegenover de plannen van de Veiligheidsregio Fryslân. De fracties benadrukten het belang van een sterke en efficiënte veiligheidsorganisatie, maar uitten ook zorgen over mogelijke financiële risico's en de impact op lokale brandweerkorpsen.Mevrouw Van der Meij van de fractie S!N sprak haar steun uit voor de zienswijze en het besluit om de Brandweeropleidingen Noord (BON) te verbinden aan de Veiligheidsregio. "Het had eigenlijk al veel eerder moeten gebeuren," aldus Van der Meij. Ze stelde echter vragen over de prioriteit die lokale korpsen krijgen bij het gebruik van het oefencentrum in Wijster, gezien de drukte door andere regio's.
Mevrouw Schoorstra van het CDA prees de helderheid van de kaderbrief en de positieve ontwikkelingen rondom de BON. "Het is vooral belangrijk dat onze vrijwilligers dicht bij huis kunnen oefenen," benadrukte ze. Ook zij maakte zich zorgen over de financiële risico's, zoals de mogelijke korting op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding.
De heer Breeuwsma van de FNP deelde deze zorgen en wees op de noodzaak om voorbereid te zijn op grote rampen. "We moeten ervoor zorgen dat we niet bezuinigen op essentiële voorzieningen," waarschuwde hij. Breeuwsma drong erop aan dat deze zorgen ook op landelijk niveau worden aangekaart.
De heer De Jager van de ChristenUnie complimenteerde de Veiligheidsregio voor hun efficiënte organisatie en de verlaging van de gemeentelijke bijdrage. "Veiligheid mag niet ten koste gaan van de afbraak van brandweerzorg en publieke gezondheid," stelde hij.
Het college van burgemeester en wethouders erkende de zorgen van de raad en verzekerde dat er gewerkt wordt aan een betere sturing op de capaciteit van het oefencentrum. "Onze vrijwilligers moeten goed voorzien worden van adequate trainingen," aldus de wethouder. Hij benadrukte dat veiligheid geld kost, maar dat er scherp gelet wordt op de besteding van publieke middelen.
De gemeenteraad lijkt bereid om in te stemmen met het raadsvoorstel, maar blijft alert op de financiële en operationele gevolgen voor de lokale gemeenschap. Het debat onderstreepte het belang van een sterke samenwerking tussen de gemeente en de Veiligheidsregio om de veiligheid van de inwoners te waarborgen.
Samenvatting van het voorstel
Het raadsvoorstel van de gemeente Noardeast-Fryslân betreft de Kaderbrief Veiligheidsregio 2026-2029, waarin de financiële ontwikkelingen en plannen van de Veiligheidsregio Fryslân worden besproken. De gemeente wordt gevraagd een zienswijze in te dienen voor de kaderbrief, die een kader biedt voor de meerjarenbegroting van de veiligheidsregio. Het doel is om financiële beslissingen te laten aansluiten bij maatschappelijke opgaven en een robuuste crisisorganisatie te waarborgen. De gemeente waardeert de bewustwording van de financiële positie van gemeenten door de Veiligheidsregio en benadrukt de noodzaak om hiermee rekening te houden. Er wordt geen bezwaar gemaakt tegen het verbinden van de Brandweeropleidingen Noord (BON) aan de Veiligheidsregio, wat de kwaliteit en beschikbaarheid van trainingen moet waarborgen. Er zijn echter risico's, zoals een mogelijke korting op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding en onduidelijkheden over beleidsvoornemens en investeringsachterstanden. De raad heeft tot 31 januari 2025 om een zienswijze in te dienen, waarna de kaderbrief in maart 2025 wordt vastgesteld.